Het Midden-Oosten is een koloniaal verzinsel

Een bespreking van Edward Saids Orientalism

Een van de meest invloedrijke antikoloniale boeken is Orientalism van Edward Said. Hij betoogde voor het eerst dat het hele concept van het Midden-Oosten uit het kolonialisme voortkwam. Tijn ’t Hen bespreekt wat we nog altijd aan zijn werk hebben en hoe we het kunnen gebruiken.

Inleiding

In 1978 kwam het spraakmakende Orientalism van Edward Said uit. Daarmee werd hij onmiddellijk een van de meest controversiële wetenschappers van het moment. Achteraf gezien werd hij met zijn kritiek op de westerse wetenschap een van de meest invloedrijke denkers van de afgelopen halve eeuw. Los van wat we precies van Saids werk en zijn ideeën vinden, is Orientalism niet meer weg te denken uit de huidige theorieën over kolonialisme, racisme en mondiale ongelijkheden. Maar wat maakt Orientalism nou precies zo invloedrijk? En is het werk nog altijd relevant?

Ik heb dit stuk geschreven omdat een thema als ‘het Midden-Oosten’ volgens mij enige reflectie nodig heeft. Met de keuze voor dit thema nemen we immers aan dat er iets bestaat als het Midden-Oosten dat als geheel kan beschreven worden. En het was nou juist dit idee – dat er zoiets bestaat als het Midden-Oosten dat door westerse buitenstaanders omlijnd en beschreven kan worden voor onze eigen politieke doeleinden – waar Said aanstoot aan nam. Waarom denken we eigenlijk algemene uitspraken te kunnen doen over zo’n complex gebied?

Dit is een vraag die niet in één artikel te beantwoorden is. Er is immers een wetenschappelijke stroming voor in het leven geroepen om deze en vergelijkbare vraagstukken uit te werken: het postkolonialisme. Een korte bespreking van Saids werk levert wel introductie voor mensen die hier geïnteresseerd in zijn. Daarom zal ik hier zijn ideeën inleiden en zijn bijdrage aan antikoloniaal gedachtegoed bespreken.

Waarom denken we eigenlijk algemene uitspraken te kunnen doen over zo’n complex gebied?

Maar eerst een korte toelichting op de termen die ik hier zal gebruiken. In het Nederlands wordt de wetenschappelijke discipline, die in het Engels orientalism heet, oriëntalistiek genoemd. Tegenwoordig valt het grootste deel van dit vakgebied (door zijn slechte reputatie) meestal onder regiostudies. Het is daarbij ook belangrijk dat, hoewel Said het vooral over het Midden-Oosten heeft, zijn theorieën veel breder toepasbaar zijn.Daar komt bij dat voor Engelsen <em>Orient</em> naar het Midden-Oosten verwijst, terwijl voor Nederlanders, maar ook Amerikanen de Oriënt veel meer wordt geassocieerd met wat we tegenwoordig het Verre Oosten noemen. Maar dit soort verschillen laat ik hier verder buiten beschouwing. Juist omdat de verschillen in de beschrijvingen van het Midden-Oosten, Afrika, China of welk gebied ook minimaal zijn. Ik zal het hier over het Midden-Oosten blijven hebben, maar bijvoorbeeld in het onderzoek naar Nederlands kolonialisme in Indonesië zijn veel van zijn theorieën ook zeer goed te gebruiken. Deze brede toepasbaarheid is juist de kwaliteit van het boek. Said beschrijft in zijn werk een algemeen westers cultureel fenomeen dat hij ook orientalism noemde en in het Nederlands vaak wordt vertaald als oriëntalisme – en daar gaat dit artikel over.

Edward Said in zijn wetenschappelijke omgeving

Om te beginnen is het belangrijk om te benadrukken dat Orientalism vooral een kritiek is op de wetenschap. Als literatuurwetenschapper neemt Said echter de definitie van wetenschap breed. Het gaat hem om alles wat als ‘ware kennis’ over het Midden-Oosten wordt gezien en kan dus literatuur, politieke traktaten, wetenschappelijke analyses en meer omvatten. Want hoewel deze niet altijd strikt wetenschappelijk zijn, gaat het om het feit dat zij een beeld creëren en bevestigen van het Midden-Oosten dat over het algemeen als juist wordt aangenomen. Deze stukken doen een beroep op een representatie van het Midden-Oosten die in het Westen onomstreden is.

Deze brede definitie van wetenschap kwam niet uit het niets. Toen Orientalism uitkwam was de meest belangrijke antikoloniale stroming in de wetenschap gebaseerd op het historisch materialisme, dat weliswaar geïnspireerd was door het marxisme en zich daarom op de bredere economische omstandigheden van de samenleving richtte, maar zeker niet altijd antikapitalistisch of communistisch was. Maar de verhouding tussen het Westen en de rest van de wereld en de legitimatie hiervan was vaak niet het centrale onderwerp.

Op basis van de theorieën uit het postmodernisme van vooral Michel Foucault, formuleerde Said een meer diepgaande kritiek die ook de wetenschap zelf omvatte. Hij zag wetenschap niet als iets wat buiten de samenleving staat, maar daar deel van is. Wetenschap is niet onafhankelijk van de mensen die onderzoek doen, in welke context zij dat doen en waarom zij dat doen. Het kan niet een realiteit beschrijven alsof het daar zelf geen invloed op heeft of erdoor beïnvloed wordt. Wetenschap bestaat in een historische en sociale context.

Wetenschap kan dus ook niet ‘objectief’ worden beoefend. Wetenschappers hebben opvattingen, voorkeuren en vooroordelen die hun onderzoek beïnvloedden. En deze vooroordelen hebben een beeld van het Midden-Oosten gecreëerd dat zo diep in ons onderbewuste geprent is, dat oriëntaal, oosters of elke associatie met het Midden-Oosten onmiddellijk een zeer specifiek beeld bij ons oproept.‘Objectieve waarheid’ vormt zich naar dit beeld, zo betoogden Said en veel postmodernisten, in plaats van andersom. En dus ziet Said wetenschap niet simpelweg als universitair onderzoek, maar alles wat deze ‘objectieve waarheid’ vormt en bevestigt.

Wat is oriëntalisme precies?

Het feit dat wetenschap niet objectief is, is van centraal belang voor Said. Zijn betoog draait namelijk om één simpel inzicht: het Midden-Oosten is niet enkel een gebied, maar een idee. Het is een stuk land dat we op vele manier hadden kunnen indelen en op verschillende manieren hadden kunnen relateren aan andere stukken land. Er is niets ‘oosters’ aan het gebied zelf. Het idee dat er zoiets bestaat als het Midden-Oosten (of Azië, het Westen, Afrika) komt puur voort uit menselijke gedachten. Er was bovendien een tijd dat mensen nog niet dachten dat er zoiets bestond als het Midden-Oosten. Het idee van het Midden-Oosten heeft dus een geschiedenis. Orientalism is een onderzoek naar de geschiedenis van dit idee van het Midden-Oosten. En dit idee blijkt fundamenteel een koloniaal doel te dienen en niet los te zien van de verovering en onderdrukking van het gebied door het Westen. De wetenschap beschrijft dus ook niet een gebied dat objectief te beschrijven is als het Midden-Oosten met specifieke kenmerken.

Zo wist Said een frontale aanval te openen op westerse vormen van essentialisme. Opeens is er dan niets heel bijzonders aan mensen die in het Westen wonen: er is geen westerse essentie die mensen uit Nederland, Frankrijk of Amerika op een wonderbaarlijke manier superieur maakt aan de rest van de wereld. En er is geen oosterse essentie die de rest van de wereld bijzonder geschikt maakt om gekoloniseerd te worden. Zij zijn slechts toevallig geboren in een gebied dat wij als ‘westers’ of ‘oosters’ hebben omschreven.

Er was vele decennia militaire overheersing nodig om deze ‘minderwaardige’ volkeren op hun plek te krijgen

Want hoewel het openlijke racisme eind jaren zeventig enigszins was afgenomen, bleek wetenschap toch nog wel heel vaak te gaan over het beschrijven van deze essenties en het geven van verklaringen voor de inherent minderwaardige cultuur van niet-westerse volkeren. De wetenschap van deze tijd ging nog met regelmaat over de ‘objectieve beschrijvingen’ van het gebied en de mensen die er wonen. Deze beschrijving droeg altijd een waardeoordeel met zich mee. ‘The point is’, schrijft Said, ‘that the very designation of something as Oriental involved an already pronounced evaluative judgement.’ (p. 207) .’ En dit waardeoordeel paste mooi in een imperialistisch belang: ‘Since the Oriental was a member of a subject race, he had to be subjected: it was that simple.’ (ibid.)[note text="Aangezien de oriëntale mens lid was van een minderwaardig ras, moest hij onderworpen worden: zo simpel was het.]Het punt is dat de hele toewijzing van iets als oriëntaal al een uitgesproken waardeoordeel met zich meebracht.

Juist door het Midden-Oosten als een homogeen gebied te omschrijven en hier negatieve stereotypen aan te koppelen, maakte de wetenschap de weg vrij voor imperialisme, onderdrukking en geweld. ‘Bevindingen’ over de ‘oriëntale geest’ in Egypte werden bijvoorbeeld zonder veel omkijk toegepast in de rest van het gebied en gebruikt om koloniaal en onderdrukkend beleid in te stellen. De Nederlandse islamoloog Snouck Hurgronje gebruikte zijn onderzoek in Mekka om een militaire strategie voor te stellen voor het islamitische Atjeh in Indonesië, waar Nederland aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw een zeer bloedige koloniale oorlog uitvocht. De aanname dat ‘beschrijvingen van de oriëntale geest’ honderd, duizend of tienduizend kilometer verderop van toepassing zijn, simpelweg omdat iedereen die daar woont ‘oosters’ is, heeft heel wat levens gekost. Er was vele decennia militaire overheersing nodig om deze ‘minderwaardige’ volkeren op hun plek te krijgen.In het geval van Atjeh is dat feitelijk nooit echt gelukt. Tot 1941, toen de Japanners binnenvielen, bleef het gebied opstandig en delen van het gebied blijven nu ook naar onafhankelijkheid van Indonesië streven.

De kritiek op Said

Het is niet heel verwonderlijk dat deze frontale aanval op de objectiviteit van de wetenschap weerstand opwekte. Veel critici betichtten hem bijvoorbeeld van het feit dat hij niet alleen bepaalde teksten niet bespreekt, maar ook het hele Duitse oriëntalisme buiten beschouwing laat (kritiek die hij overigens in zijn inleiding probeert voor te zijn). Anderen vonden bijvoorbeeld dat hij niet genoeg in acht nam dat de kennis over het Midden-Oosten wel degelijk was toegenomen. Zij stelden bijvoorbeeld dat zelfs als veel wetenschap in een imperialistische context werd gedaan, dat niet wegneemt dat de kennis die we hebben opgedaan een realiteit van het Midden-Oosten beschrijft.

Saids uitwerking van het verschil tussen manifest en latent Orientalism is wellicht de beste ontkrachting van de eerste van deze twee kritieken. Manifest Orientalism zijn bijvoorbeeld de concrete uitspraken, de boeken, de overheidsrapporten over het Midden-Oosten. Hier is wel degelijk enige verandering te zien: de taal is minder expliciet racistisch geworden en biologisch racisme is überhaupt een minder geaccepteerde verklaring voor vermeende verschillen. Zeker na de Tweede Wereldoorlog is hier een duidelijke verandering te zien, toen ook Frans en Engels politiek kolonialisme plaatsmaakte voor Amerikaans economisch kolonialisme.

Maar waar het werkelijk om gaat is latent Orientalism: de onderliggende aannames en ideeën over de verschillen tussen het Westen en het Midden-Oosten. Er is weinig veranderd in hoe wordt nagedacht over oosterse en westerse essenties en de verhoudingen tussen het Westen en het Midden-Oosten. Natuurlijke armoede, gewelddadigheid en dictatuur zouden het Oosten kenmerken, terwijl een democratische inborst, vrijheid, gelijkheid en rijkdom typisch westers zouden zijn. Hoewel er dus wel oppervlakkige veranderingen plaatsvinden, blijven de ideeën over de algemene verhouding tussen het Westen en het Midden-Oosten duidelijk zichtbaar. Said verwarde, met andere woorden, niet de verschillen tussen de individuele bomen met het oriëntalistische bos.

Het gaat daarom niet over het missen van een enkele relevante tekst of zelfs het buitensluiten van één wetenschappelijke traditie – er is bovendien ondertussen zo veel geschreven dat het onmogelijk is te beschrijven – maar om de onderliggende culturele aannames die deze wetenschappelijke tradities en teksten überhaupt mogelijk maken. De algemene tendensen blijken dan eigenlijk maar weinig verschil te tonen.

Het ‘echte’ Midden-Oosten

Om af te sluiten een korte reflectie op de kritiek dat ondanks dat het Midden-Oosten in een koloniale context is ontstaan, de kennis van het gebied is toegenomen. Want ook deze kritiek was Said voor. Hij stelt dat hoewel het Midden-Oosten ‘slechts’ een idee is, dat niet betekent dat er geen echte mensen wonen die daar hun levens leiden, dat zij daar gelukkig en ongelukkig zijn, familie hebben, werken en zich daar thuis voelen. In de wetenschap, de media en de politiek gaat het echter vrijwel nooit over de realiteit van echte mensen.

Als het over het Midden-Oosten gaat is dat altijd om een beeld van het Midden-Oosten te geven dat een specifieke machtsverhouding legitimeert en in stand houdt. Hoe vaak horen we niet van zelfbenoemde experts die ons bijvoorbeeld uitleggen over de situatie in Syrië waarbij geopolitieke verhoudingen en belangen van grote machten centraal staan? Hoe vaak wordt niet naar de intrinsieke gewelddadigheid van de islam verwezen als het gaat over de conflicten in het Midden-Oosten? Nog altijd wordt het gebied actief geassocieerd met chaos en geweld en wordt de noodzaak benadrukt om het gebied en de mensen daar ‘te redden’ of te beheersen. Kennis van het Midden-Oosten is niet kennis van de mensen die daar wonen, maar van de politieke en economische belangen die in het gebied spelen en hoe deze het best behartigd kunnen worden. Wat is dan de ‘echte’ kennis over het ‘echte’ Midden-Oosten?

Het is dus niet heel verrassend dat Said continuïteiten zag tussen de oriëntalisten van de negentiende eeuw en de wetenschappers uit zijn generatie. ‘Experts’ waren intiem betrokken bij bijvoorbeeld het omverwerpen van het regime van Mossadeq in Iran, dat na de Tweede Wereldoorlog de olie-industrie wilde nationaliseren en daarom in 1953 door de Engelsen en Amerikanen werd vervangen door het zeer repressieve regime van de sjah. Experts bepaalden het westerse beleid rond de socialistische Nasser in Egypte die een gecombineerde invasiemacht van Engeland, Frankrijk en Israël wist af te slaan nadat hij in 1956 had geprobeerd het Suezkanaal te nationaliseren.

Toen Said in zijn overlijdensjaar 2003 nog een nieuw voorwoord schreef voor Orientalism kon hij een dieptepunt in de westerse geschiedenis beschrijven: nadat Amerika na 9/11 twee oorlogen was begonnen, hadden anti-islam sentiment, discriminatie en geweld een hoogtepunt bereikt – allemaal aangejaagd door een groep wetenschappers rond president Bush en het Pentagon. De experts zijn daarnaast niet weg te denken uit het beeld dat geschapen is over de Arabische Lente, de oorlog in Syrië en de opkomst van de Islamitische Staat. De gevolgen: nog meer geweld, nog meer vluchtelingen en nog meer doden, gecombineerd met een oplaaiing van racisme.

Als Palestijns vrijheidsstrijder (hij was Palestijns aan zijn vaders kant) wist Said bovendien uit eerste hand hoe het was om gemarginaliseerd te worden en een vloot ‘experts’ te moeten trotseren die de belangen van de Israëlische staat beschermden.

Besluit

Als we dus in ieder geval gedeeltelijk willen kunnen begrijpen hoe dit geweld wordt goedgepraat moeten we volgens mij ook kijken naar de cultuur die dit mogelijk maakt. Willen we ons werkelijk verzetten tegen de onderdrukkende structuren van onze samenleving, dan hebben we handvatten nodig waarmee we deze kunnen begrijpen. Hoewel er zeker nog veel aan te merken is op Saids werk, is het ook een eerste stap geweest waarmee de verstrengeling van wetenschap en imperialisme werd getoond. En waarmee bovendien het harde essentialisme van de westerse wetenschap enigszins tot wankelen werd gebracht – hoewel het nog steeds omvergeduwd moet worden.

Een koloniale onderneming

Over de rechtmatigheid van de Palestijnse vrijheidsstrijd

Ook onder linkse groeperingen is de Palestijnse strijd soms omstreden. Het lijkt een beetje op een oorlog voor een islamitische staat gefinancierd door dictators, iets waar anarchisten eigenlijk tegen zouden moeten zijn. Peter Storm bepreekt hoe we toch tot de kern van het conflict kunnen komen: een antikoloniale vrijheidsstrijd tegen een repressieve staatsmacht.