Een oorlog met vele namen

Anarchistische dilemma’s in Oekraïne

De oorlog in Oekraïne, die losbarstte in 2014 en begin 2015 in een patstelling terecht kwam, heeft de anarchistische beweging en links in het algemeen sterk verdeeld. Zelfs de naam en definitie van het conflict zijn een zeer politieke kwestie. Is dit een burgeroorlog? Of een Russische invasie? Of is dit het resultaat van een NAVO-poging om haar invloedssfeer in de voormalige Sovjet-Unie te vergroten?

De oorlog in Oekraïne, die losbarstte in 2014 en begin 2015 in een patstelling terecht kwam, heeft de anarchistische beweging en links in het algemeen sterk verdeeld.

Zelfs de naam en definitie van het conflict zijn een zeer politieke kwestie. Is dit een burgeroorlog? Of een Russische invasie? Of is dit het resultaat van een NAVO-poging om haar invloedssfeer in de voormalige Sovjet-Unie te vergroten?

Het wordt tevens politiek betwist of men de Donbass-beweging ‘separatistisch’ mag noemen, aangezien haar doel niet zozeer afscheiding van Oekraïne is, als wel een vereniging met Rusland. De niet-erkende ‘Volksrepubliek Donetsk’ en ‘Volksrepubliek Loegansk’ bestaan alleen uit noodzaak, omdat Rusland niet klaar is om de diplomatieke risico’s te dragen die het opnemen van deze regio's met zich meebrengt. Aan de Oekraïense kant van dit conflict wordt de term separatisme vermeden, en is de officiële naam voor deze regio’s ‘ORDLO’, wat ‘Aparte Gebieden van de Regio’s Donetsk en Loegansk’ betekent; deze gebieden worden beschouwd als zijnde bezet door Rusland. Wat Rusland betreft heeft de Krim de grootste prioriteit, en het is waarschijnlijk dat Rusland bereid is de ‘Volksrepublieken’ in te ruilen voor internationale erkenning van de annexatie van de Krim.

Oekraïne is altijd al een natie geweest met grote verschillen

Een verdeeld land

Beide partijen in het conflict zijn bereid om het aandeel van de internationale betrokkenheid in het conflict te overdrijven. Oekraïne is echter altijd al een natie geweest met grote verschillen, voortkomend uit de diverse geschiedenissen van de verschillende gebieden. Gedurende de periode waarin Oekraïne onafhankelijk werd (na 1991 – red.) speelde het politieke leven zich af rond een conflict tussen de oosterse regio’s, waar in de stedelijke gebieden voornamelijk Russisch wordt gesproken en de economie is gebaseerd op door oligarchen gecontroleerde zware industrie en mijnbouw, en de westerse regio’s waar men voornamelijk Oekraïens spreekt en de economie gevarieerder is, met een politiek die meer westers gericht is. De hoofdstad Kiev ligt in het midden; in de stad spreekt men voornamelijk Russisch, terwijl de politiek westers georiënteerd is. De meeste Oekraïners in zowel het oosten als het westen waren positief gestemd over integratie met Europa, maar de economie van het oostelijke deel is ook afhankelijk van handel met en energiebronnen uit Rusland.

Ofschoon het westerse deel demografisch gezien iets sterker was, slaagde Viktor Janoekovitsj, die het oosten vertegenwoordigde, er in 2010 in de presidentsverkiezingen te winnen als gevolg van verschillen en corruptieschandalen in het westerse deel. De partij van de president, de Partij van de Regio’s, consolideerde Europese belangen en is de grootste partij in het parlement sinds 2006. Ze vormde een reeks regeringen vanaf 2010 met de steun van een aantal onafhankelijke afgevaardigden en minderheidspartijen, zoals de Communistische Partij van Oekraïne.

Standpunten van het oosten

Desalniettemin was de partij van Janoekovitsj nooit pro-Russisch, maar ze steunde voorzichtig integratie met het westen en vertegenwoordigde Oost-Oekraïense economische belangen en Russisch sprekenden. In Donbass bestond er wel een afscheidingsbeweging, maar deze was marginaal. De beste verkiezingsresultaten van de Progressieve Socialistische Partij van Oekraïne, die eenwording met Rusland en Wit-Rusland voorstond, lagen tussen de 6% en 7% in het oosten; de partij heeft gedurende deze eeuw de kiesdrempel nog nooit gehaald en is als gevolg daarvan in de vergetelheid geraakt. Een andere partij die eenheid met Rusland nastreefde, Russisch Blok, deed het zelfs nog slechter. In 2012 haalde deze partij 0,31% van de stemmen, met als beste resultaat 4,23% in een kiesdistrict in Donetsk. De Communistische Partij van Oekraïne, die drijft op Sovjet-nostalgie en de onafhankelijkheid van Oekraïne als illegaal beschouwt, was voorheen de grootste partij en heeft haar aanhang zien slinken naar minder dan 4% in de verkiezingen van 2014. In de politiek van de Krim waren een aantal afscheidingspartijen actief, maar deze haalden tezamen minder dan 10% van de stemmen in de verkiezingen van 2010, de laatste verkiezingen voor de bezetting. De huidige regerende partij in de ‘Volksrepubliek Donetsk’, Republiek Donetsk, is opgericht in 2005 en werd in 2007 verboden wegens ‘separatisme’. Aangezien de partij voor de oorlog nog nooit aan verkiezingen had meegedaan is het lastig om haar precieze aanhang in kaart te brengen, maar deze was in ieder geval nogal marginaal; bijeenkomsten werden bezocht door 30 tot 50 mensen.

Daar de Partij van de Regio’s verzekerd was van de stemmen van de Russisch sprekenden, zou men kunnen stellen dat er geen sprake was van significante steun voor afscheiding in Oekraïne. Een zichtbare afscheidingsbeweging heeft echter altijd bestaan en men zou ook kunnen stellen dat deze als gevolg van de gebeurtenissen in 2014 een kans heeft kunnen grijpen. Voor de gebeurtenissen in de winter van 2013-2014 gaven zowel het oosten als de Krim de voorkeur aan het gematigde programma van de Partij van de Regio’s. Dat wil zeggen, bescherming van de wettelijke regionale status van de Russische taal en economische samenwerking met Rusland zonder integratie met Europa uit te sluiten. Maar de gebeurtenissen die winter zetten de situatie op scherp.

Op koers naar escalatie

In november 2013 schortte Viktor Janoekovitsj opeens de voorbereidingen voor het ondertekenen van het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne op. Deze overeenkomst bevatte voorzieningen voor het afschaffen van subsidies op energie, hetgeen economische belangen in het oosten bedreigde. Dit opschorten leidde tot protesten in Kiev. Tegen het eind van november waren deze protesten bijna voorbij, maar op 30 november escaleerde het geweld en veranderde het protest in een algemeen protest tegen geweld van zowel de politie als de regering. Uiteindelijk leidde het oplaaiende geweld tot meerdere doden in januari en op 23 februari bleken er 130 mensen gedood of dodelijk gewond geraakt; president Janoekovitsj was gevlucht en de regering van Oekraïne was omvergeworpen.

Deze gebeurtenissen werden toegejuicht in Kiev, maar beduidend minder in het oosten. Tegen het eind van zijn bewind was Janoekovitsj ook in het oosten bijzonder impopulair. De politici die hem vervingen, uit het westen of midden van Oekraïne en met een pro-Europa-visie, werden daar echter niet geaccepteerd. In het oosten zagen velen de gebeurtenissen in Kiev als een coup, met als doel het oosten en de partij die de afgelopen vier jaar de politiek van Oekraïne had gedomineerd buitenspel te zetten.

Het Maidan-protest was veel kleiner in het oosten, terwijl daar lokale elites anti-Maidan-protesten organiseerden tegen de EU, NAVO en Oekraïense nationalisten. Op 12 april 2014 bezette een kleine groep militanten, onder leiding van Igor Girkin (ook bekend als Strelkov) het gemeentehuis van de stad Slovjansk.[1] Op dezelfde dag werd het ministerie van Binnenlandse Zaken in Donetsk bezet. Deze ontwikkelingen escaleerden tot een regelrechte oorlog in de maand mei.

Vorming van een nieuw politiek thema: afscheiding

Het Kiev Internationaal Instituut voor Sociologie (KIIS) hield tussen 8 en 16 april 2014 een enquête in Zuid- en Oost-Oekraïne. Volgens deze enquête was ongeveer 24% van de bevolking in Loegansk voor het bezetten van gebouwen en 58% tegen; in Donetsk lag de verhouding 19% voor en 72% tegen. Afscheiding had in Loegansk 30% voorstanders en 52% tegenstanders; in Donetsk was de verhouding 28% voor en 52% tegen. Een minderheid was voor afscheiding, maar het is duidelijk dat de steun voor afscheiding op dit punt veel groter was dan tijdens de verkiezingen in voorgaande jaren. Aan de andere kant steunde in Loegansk slechts 12% een eenheidsstaat en 75% een of andere vorm van decentralisatie; in Donetsk waren de cijfers 11% en 79%. Lidmaatschap van de EU had slechts 9% voorstanders in Donetsk en 11% in Loegansk.

Vanaf dat moment is het niet meer mogelijk om een inschatting te maken van de publieke opinie in het oosten, omdat er geen eerlijke en transparante verkiezingen meer zijn geweest. Enquêtes die worden gehouden terwijl burgerrechten ontbreken zijn van een dubieuze betrouwbaarheidsgraad. Als gevolg van de escalatie is de publieke opinie vermoedelijk verder gepolitiseerd en volgens journalisten die de streek hebben bezocht beschouwt de lokale bevolking, onder controle van separatisten, de regering in Kiev als de agressor. Uitstroom van de bevolking heeft vermoedelijk het percentage separatisten verhoogd, omdat het aannemelijk is dat tegenstanders van de nieuwe regering het gebied willen verlaten. In de gebieden die door de regering in Kiev zijn heroverd blijken de separatisten echter slechts geringe aanhang te hebben. Daarnaast is de partij Oppositieblok, grotendeels samengesteld uit voormalige Partij van de Regio’s-politici, dat vóór een vredesverdrag maar tegen de regering in Kiev is, de succesvolste partij gebleken in verkiezingen in de door Kiev heroverde gebieden. Ook zouden de abominabele economische omstandigheden in de afgescheiden gebieden de steun voor het afscheidingsproject hebben kunnen doen afnemen.

Toch zou men rustig kunnen aannemen dat er tenminste een aanzienlijke minderheid in het oosten is die het afscheidingsproject steunt. Er is in elk geval een behoorlijke meerderheid die enige vorm van decentralisatie steunt en die liever een gedeelde economische zone tussen Oekraïne, Rusland en Wit-Rusland ziet.

Dat betekent dat de separatisten een punt hebben én een aanhang, alhoewel niet bevestigd kan worden dat een meerderheid ooit de gewapende strijd heeft gesteund. Aan de andere kant hebben Russische agenten met een directe connectie met het Russische staats-, militaire en veiligheidsapparaat vanaf de eerste dag een voorname rol gespeeld. Het is waarschijnlijk dat er zonder hun bemoeienis nooit een gewapende opstand zou zijn geweest. Daarentegen bestond op elk moment de meerderheid van de separatisten-troepen uit inwoners van Donbass. Schattingen van de omvang van de Donbass-troepen variëren tussen 40.000 en 45.000 militanten, het aantal Russische vrijwilligers wordt geschat op 3.000 tot 4.000 mensen en de hoogste schatting van de Russische reguliere troepen ligt op 12.000 militairen. Welke schatting men ook aanhoudt, de lokale bevolking vormt ten minste 65% van de separatisten-macht.

Poging om een nieuwe natie te vormen

Op een bepaalde manier vormen de ontwikkelingen in Donbass een laboratoriumexperiment van Benedict Andersons theorie over ‘verbeelde gemeenschappen’.[2] Tien jaar geleden was een separatistisch politiek thema weliswaar aanwezig, maar marginaal. Nu probeert een groot militair- en propaganda-apparaat dit, gesponsord door Rusland, om te zetten naar de meerderheidsidentiteit in Donetsk en Loegansk.

Hetzelfde is eerder gebeurd ten westen van Oekraïne. In 1990 verklaarde de Pridnestrovische Moldavische Republiek (ook bekend als Transnistrië – vert.) zich onafhankelijk van Moldavië, met als voornaamste grieven een taalconflict en de bereidheid om de Sovjetunie in stand te houden. 26 jaar later vormen Moldaviërs nog steeds de grootste etnische groep in Transnistrië, maar hebben ze een identiteit en cultuur die duidelijk verschilt met die in Moldavië. Maar Transnistrië en Donbass zijn beslist niet exact hetzelfde, omdat er in Donbass geen duidelijke etnische verschillen zijn. In Donetsk en Loegansk spreken de mensen op het platteland Oekraïens; in Charkov en Kiev spreekt men ook Russisch. Er is geen duidelijk etnisch verschil tussen het territorium van de separatisten en de rest van Oekraïne; het verschil is vooral politiek en voor de winter van 2013-2014 was afscheiding een buitengewoon impopulaire oplossing voor het politieke conflict.

Anderson beschouwde de natie als het product van een moderne, geletterde samenleving. Donbass is al ongeveer honderd jaar geletterd, maar de nationale identiteit is in zowel Donbass als heel Oekraïne veranderlijk geweest. KIIS houdt sinds de vroege jaren negentig enquêtes onder de Oekraïners, en de steun voor een onafhankelijk Oekraïne heeft geschommeld tussen de laagste 56% tijdens de economische crisis in 1993 tot een recordhoogte van 90% na de Donbass-oorlog. Het conflict met Rusland heeft duidelijk de Oekraïense nationale identiteit en een Oekraïense natie gevormd, die eens ook in Oekraïne zelf werd betwijfeld. De voormalige Sovjet-identiteit is zo goed als uitgestorven, samen met de steun voor de communistische partij.

Nu probeert Rusland hetzelfde proces nog eens te herhalen in Donetsk en Loegansk, via propaganda en politieke onderdrukking, maar het doel is nu een nieuwe, separatistische identiteit tegen de regering in Kiev te scheppen. Als dit conflict bevroren blijft, zullen we over tien tot twintig jaar zien of dit proces succes heeft.

Duiding van het conflict

De meeste van de burgeroorlogen in Europa gedurende de twintigste eeuw hadden te maken met ingrijpende bemoeienis van buitenaf. De oorlog in Donbass zou zonder buitenlandse bemoeienis waarschijnlijk nooit zijn begonnen. Maar het is nog steeds een burgeroorlog, vanwege de grote lokale betrokkenheid en de duidelijke scheidslijnen binnen de Oekraïense politiek die de drijvende kracht zijn achter deze lokale betrokkenheid.

Wat de westerse betrokkenheid betreft, deze is behoedzaam. De westerse sancties zijn meer excuses om directe betrokkenheid te vermijden; geen enkele serieuze analist verwachtte dat Rusland zich zou terugtrekken als gevolg van economische sancties. Militaire steun aan Oekraïne is bescheiden geweest, en in de meest verhitte fase van het conflict stond Oekraïne er alleen voor. Igor Girkin en andere vroege separatisten-leiders verklaarden dat ze naar Odessa, Kiev en zelfs West-Oekraïne zouden marcheren, maar ze werden door het Oekraïense leger zelf tegengehouden.

Anarchisten hebben verschillende standpunten ten aanzien van oorlogen in deze regio ingenomen tijdens de geschiedenis van de beweging. De belangrijkste referentiepunten zijn de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. De anarchistische reacties op deze conflicten waren zeer uiteenlopend.

De grote meerderheid onder de anarchisten beschouwde de Eerste Wereldoorlog als een imperialistische oorlog en drong aan op stakingen, boycots en desertie. Kropotkin en andere aanhangers van het ‘Manifest van de Zestien’ [waarin zij zich uitspraken voor een overwinning van de Geallieerden op de Centrale Mogendheden – red.] stonden alleen en werden gedurende de oorlog in hoge mate buitengesloten door de anarchistische beweging.

De reactie op de Tweede Wereldoorlog was behoorlijk anders. Britse anarchisten brachten het blad War Commentary uit, dat kritisch was over de oorlogsinspanning. Maar in Italië en Frankrijk sloten veel anarchisten, waaronder ook Spaanse bannelingen van de CNT, zich aan bij het verzet tegen de nazi’s. In Polen sloten de anarcho-syndicalisten van de ZZZ zich aan bij de opstand in Warschau, die was georganiseerd door het Poolse leger. Na de ervaring van de Spaanse Revolutie beschouwden veel anarchisten en syndicalisten op het continent het fascisme als een acute, directe bedreiging die weerstaan moest worden, zelfs als de consequentie van dat verzet het succes van andere imperialistische machten zou betekenen.

De meeste anarchisten en syndicalisten hebben altijd antikoloniale strijd en onafhankelijkheidsstrijd gesteund. Belangrijke uitzonderingen zijn de Mexicaanse syndicalisten, die een boerenopstand tijdens de Mexicaanse revolutie bestreden; onverschilligheid van Spaanse syndicalisten ten opzichte van de Rif-oorlog van Spanje en Frankrijk tegen Marokkaanse Berbers in de jaren twintig en de onwil van Albert Camus, zelf afstammeling van Franse kolonialen in Algerije, om de Algerijnse opstand in de jaren vijftig te steunen. Deze uitzonderingen zijn altijd veroordeeld door het gros van de anarchisten.

Maar wie is de imperialist in Oekraïne en wie is de fascist?

Concluderend is het centrale standpunt van anarchisten geweest: het verzet tegen imperialisme en fascisme en het steunen van antikoloniale strijd. Maar wie is de imperialist in Oekraïne en wie is de fascist? Is het Rusland, dat zich mengt in Oekraïense binnenlandse aangelegenheden of is het Oekraïne, dat probeert de ‘rebellerende gebieden’ er weer onder te krijgen?

Post-Sovjet anarchisten, links en de oorlog

De scheiding tussen de ‘westerse’ versie van niet-autoritair links en autoritair links met nostalgie naar de Sovjettijd is behoorlijk scherp in Oekraïne en Rusland en het valt te betwijfelen of deze twee onder eenzelfde ‘linkse’ vlag verenigd zouden kunnen worden. De laatste groep is vrijwel unaniem in haar steun voor de Russische invasie; Poetin is, op zijn minst gedeeltelijk, bezig met het herstellen van de grenzen van de Sovjetunie. Onlangs werd ontdekt dat activisten van de organisatie ‘Borot’ba’ (Strijd), die uitgebreide banden heeft met Die Linke en andere Europese linkse organisaties, rechtstreeks financiering en proefteksten kregen van de Russische regering voor hun internetactiviteiten.

Voor de eerste groep is het al een tijd vrij duidelijk dat ze de afscheidingsbeweging alleen al vanwege het eigen voortbestaan moet bestrijden. Alle niet-autoritairen of democraten van welke variant dan ook hebben de territoria van de separatisten gedwongen moeten verlaten; zij die dat niet tijdig konden doen zijn maandenlang ontvoerd, gemarteld en vastgehouden in ondergrondse detentiecentra. Van velen is de verblijfplaats onbekend.

Maar het regime in Kiev heeft ook zo zijn slechte kanten. De Communistische Partij is verboden vanwege de steun (weliswaar onder strikte voorwaarden) aan de separatisten (alhoewel de voormalige leden nog wel individueel mogen stemmen); er is nog steeds veel corruptie, journalisten worden nog steeds lastiggevallen en journalist Pavel Sheremet is in juli 2016 met een autobom vermoord. De gevreesde grote opleving van extreem-rechts heeft na Maidan echter niet plaatsgevonden. De partij Svoboda won 4,7% van de stemmen in 2014, en heeft grotendeels momentum verloren. Rechtse Sector en andere kleinere extreem-rechtse groepen hebben het zelfs nog slechter gedaan.

Donetsk had ooit een levendige anarchistische beweging, maar daar is nu niets meer van over

Dit alles is niet te vergelijken met de regelrechte terreur in de oosterse gebieden. Donetsk had ooit een levendige anarchistische beweging, maar daar is nu niets meer van over. Als Oekraïense soldaten nu zouden gaan muiten tegen de ‘bourgeois oorlog’ en hun wapens zouden neerleggen, zou er niets overblijven van Oekraïense anarchisten of de anti-autoritaire beweging. Separatistische aspiraties worden gesteund, zo niet door de meerderheid, dan toch door op zijn minst een aanzienlijke minderheid van de mensen in Donetsk en Loegansk – maar dit is een vooruitzicht op een autoritair regime zonder enige ruimte voor libertair links.

Een discussie over de oplossing voor het conflict is een totaal ander onderwerp, eveneens vol onzekerheden omdat het onmogelijk is de volledige consequenties te kennen van pragmatische politieke beslissingen. Het doel van deze tekst is om het huidige raamwerk en de kwesties die links en de anarchistische beweging hebben verdeeld ten aanzien van dit onderwerp te presenteren, om zodanig de verschillen te begrijpen en te zoeken naar de mogelijkheid voor een gezamenlijk standpunt.

door Antti Rautiainen
vertaling: Peter

Noten

1 Girkin diende tot 2013 in de Russische FSB (Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie) en wordt gelinkt aan oorlogsmisdaden in Tsjetsjenië.

2 Benedict Anderson, Imagined Communities: Reflections on the Origin and Spread of Nationalism (Londen: Verso Books).